Moet je niet naar school?

Moet je niet naar school?

Zoonlief gaat sinds twee weken naar de vrijeschool. De roosters zijn anders, de lesstof is anders. Dit levert de nodige vragen op. Vooral de vraag of zoonlief wel genoeg uren draait. Oftewel: Moet je niet naar school?

Om direct maar een antwoord te geven op de meest gestelde vraag: zoonlief draait genoeg uren. Gelukkig. Zijn vakanties zijn korter als op de school die hij eerst bezocht. Behalve dinsdag is hij iedere dag om één uur uit. Op dinsdag is hij om kwart voor drie uit. Volgend jaar volgt dan weer een aangepast rooster.

Misschien moet ik even een pauze nemen voor iedereen die nu het aantal uren uit aan het rekenen is. Voor zij die verder willen lezen dan nu een andere misvatting die heerst over het vrijeschoolonderwijs.

Vrij houdt niet in dat zoonlief nu zelf mag bepalen wat er gaat gebeuren. Zou dit het geval zijn, dan zou hij er zonder meer voor kiezen om de dagen op het schoolplein te slijten. Spelend met de waterpomp en de klimtoestellen zou hij de dag overigens prima doorkomen. Nee, vrij houdt in dat een kind zich in alle vrijheid moet kunnen ontwikkelen tot wie het is. Deze ontwikkeling houdt niet op bij het cognitieve deel. Ook het lichamelijke deel speelt een essentiële rol. Immers, zit je goed in je vel, dan kun je meer. Ken je het lichaam, dan weet je wat je sterke en zwakke kanten zijn. Laat dit nu ook weer de nodige alarmbellen rinkelen.

Zoonlief is dus niet vrij om te bepalen wát hij gaat doen. Toch zijn er meteen bezorgde reacties of er wel voldoende aandacht wordt besteed aan de geestelijke ontwikkeling. Mogelijk zou er te weinig aandacht daar naar uitgaan omdat de kinderen ook gaan werken aan de sociale en kunstzinnige kant. Kort door de bocht: er wordt gevreesd dat het de hele dag dansen en tekeningen maken is. Tekeningen van negers met dikke lippen overigens, want de grondlegger van het onderwijs was toch een racist.

Toegegeven, het wereldbeeld van Rudolf Steiner is op sommige punten misschien gedomineerd door wat hij destijds in orde vond. Dat is niet allemaal gestaafd op racisme. Zeker niet. Die dikke lippen is iets waar nog steeds tegen gevochten moet worden. Zij die aan de zijlijn staan en het altijd beter denken te weten schermen hier immers nog steeds mee. Dat Steiner met veel meer bezig was en juist de nadruk wilde leggen op de immateriële zaken, die in de westerse samenleving van ondergeschikt belang waren (toen al), dat doet er niet toe. Als het om de antroposofische inslag van het vrijeschoolonderwijs gaat, lijkt dit van ondergeschikt belang te zijn voor zij die het beter weten. Laat ik er kort in zijn, dat weten ze niet. Net zo goed dat ik niet alles weet. Ik weet wel dat het aanspreken van uitdagingen op het gebied van immateriële en spirituele aansluit op wat ik als boeddhist belangrijk vind. Logisch, want Steiner keek ook naar het Oosterse. Hij wilde het Oosten en Westen verenigen. Hij voorzag conflicten die gestoeld waren op een tegenstelling tussen het materialisme en immaterialisme.

Wanneer je woorden als materialisme en immaterialisme gebruikt schrikken ook veel mensen. Er worden vragen gesteld als “Je hebt toch een auto” of “Wat doet je geld dan op de bank.” Het klopt, die zaken zijn er ook. Ook ik heb als huisvader én fotograaf nog wel wat wensen op het materiële vlak. Desondanks weet ik dat dit mijn handicap is. Uiteindelijk overwint het immateriële. Dat kost tijd en moeite. Maar ook veel momenten van uitleggen hoe het nu precies in elkaar steekt. Momenten die ik ook al doormaakte voordat zoonlief de vrijeschool bezocht. Op dat punt ben ik niet anders dan dat ik hiervoor was.

Rudolf SteinerAnders ben ik wel geworden wanneer ik zie hoe het onderwijs gegeven wordt op de school van mijn zoon. In tegenstelling tot wat velen denken is het vrijeschoolonderwijs niet gelijk aan bijvoorbeeld de vrijmetselarij, waar geheimzinnigheid hoogtij viert. Sterker nog, met regelmaat organiseert de school die mijn zoon bezoekt open dagen. Bedoeld voor ouders en voor belangstellenden. Onze introductie met deze vorm van onderwijs was tijdens een zo’n open dag. Het lijkt al ver weg, maar het is nu ongeveer een maand geleden. We besloten toen de overstap te maken van regulier- naar vrijeschoolonderwijs.

De gemaakte stap zorgt ook voor de nodige vraagtekens. Waarom je drie jaar lang dan een kind naar een school stuurde, waarvan de manier van onderwijs geven je niet aanstond? Terechte vragen overigens. De stap om een school te zoeken waar mijn zoon uiteindelijk vanaf zou gaan was ingegeven door het gemak. De school was dichtbij, scoorde redelijk tot goed volgens de inspectierapporten. Bovendien werden er tijdens de perioden dat het moeilijk ging en wij als ouders aan de bel trokken afspraken gemaakt over de manier waarop de problematiek aangepakt moest worden. Juist het woord problematiek is opvallend.

Nadat onze zoon drie dagen de nieuwe school had bezocht werden we uitgenodigd voor een gesprek op school. In nauwelijks vijf minuten tijd kregen we te horen wat wij al wisten, maar wat de oude school niet zag. Niet zag of niet wilde zien, dat laat ik in het midden. Laten we het erop houden dat we verschilden van mening. Langzaam moesten we beseffen dat het woord problematiek eigenlijk niet van toepassing is op een kind van zes. Zelfs al is dit kind hoogbegaafd en een wegloper (loopt weg wanneer het niet lukt, vertoont tekenen van faalangst). Een kind van zes kan nog geen problemen hebben, mits er sprake is van lichamelijke problemen. Anders is het overigens wanneer er sprake is van geestelijke aandoeningen. Desondanks is er geen sprake van dat je dit bestempeld als problematiek. Een kind is geen probleem. Een kind is uniek, moet uitgedaagd worden om te kunnen excelleren in lichaam en geest, om zo een optimale balans te vinden. Zelf te vinden, met hulp. Dat is waar het om draait en dat is de reden waarom het uiteindelijk niet lukte op de school die zoonlief hiervoor bezocht. De moeite om te investeren in een kind is van essentieel belang. Nee, ik stel niet dat er geen moeite gedaan werd. De gedane moeite is groot geweest, alleen niet in balans met wat onze zoon nodig heeft.

Dan is er natuurlijk nog het vooroordeel over de ouders van de vrijeschool. Een beetje apart. Anders dan wat gebruikelijk is. Wie bepaalt wat anders is? Wie bepaalt wat goed en wat fout is? Natuurlijk, ik maak me er ook schuldig aan. Daarvoor zijn we mens. Mijn uitgangspunt is alleen wel dat iedereen een kans verdient, ongeacht uiterlijk, religie of wat dan ook.

Dat de maatschappij bepaalde zaken bestempelt als ‘apart’ is te vergelijken met de opmerking “Je bent veranderd.” Ben je in het reine met jezelf, dan kun je de wedervraag stellen wie er nu precies is veranderd. Juist, denk daar maar eens over na!

Moet je niet naar school?
Bron: TeroVesalainen / Pixabay
Volgen
Samenvatting
Moet je niet naar school?
Titel
Moet je niet naar school?
Beschrijving
Hoe ik denk over die vraag of mijn zoon niet naar school zou moeten...

Harm Jagerman

Trotse eigenaar van een website over zijn leven als fotograferende en schrijvende huisvader. Vader van twee kinderen. Schrijft ook graag over auto's en in het bijzonder over Volvo.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

%d bloggers liken dit: