Heb je dit jaar ruzie gemaakt met de kersverlichting? Geen zorgen, dat heb ik ook wel eens gedaan. Inmiddels heb ik daar wel een oplossing voor bedacht. Mijn vader had trouwens een heel andere oplossing bedacht voor een ander probleem met kersverlichting.

Terwijl ik dit alles bedacht voelde ik me ineens erg oud. Ik dacht na over de tijd dat kersverlichting nog bestond uit lampjes die je uit de fitting kon schroeven. Volgens mij is dat al heel erg lang niet meer zo. Inmiddels worden we overspoelt door gemakkelijke lampjes die je zelfs aan kunt passen in sterkte. Ook kun je ze aanpassen in snelheid waarmee ze knipperen.

De enige momenten waarop wij knipperende kerslichtjes hadden was het moment waarop je een van de lampjes los en vervolgens weer vastdraaide. Dat was meestal tot grote vreugde van moeder. Die vond dat nooit zo’n leuk idee. Net zo goed als die keer dat ik tijdens een bezoek aan een kennis in het ziekenhuis besloot eens te gaan experimenteren met de elektrische bediening van het bed waar de kennis in lag.

Kerstverlichting was groot en dat vond mijn moeder eigenlijk niet zo mooi. Bovendien was er nog een ander nadeel. Mijn moeder stond erop dat we altijd de soort verweesde boompjes kochten. Je weet wel, de kerstbomen die eigenlijk niemand meer wil hebben. De zielige eenzame boompjes die achter zouden blijven en nooit verkocht zouden worden. Iedereen weet dat dit soort boompjes meestal kleine en takken hebben. Niet echt het soort takken waar dus zware lampen aangehangen kunnen worden. Eigenlijk zou je kunnen zeggen dat er eigenlijk helemaal niets aangehangen zou kunnen worden. Onze voorraad kerstballen werd ieder jaar kleiner en kleiner. Had ik verteld dat we twee katten hadden?

Het alternatief was om te gaan experimenteren met kaarsjes. Op van die zilverkleurige voetjes. Alsof die niet groot waren. Mijn moeder vond dat gezelliger. Niet dat de kaarsjes vaak aangestoken werden. Dat was dan weer te gevaarlijk.

Mijn vader had een goede oplossing bedacht, uiteindelijk. De kaarsjes konden aan en hij zou dan wel naast de kerstboom gaan zitten. Met een emmer water naast zich. Mocht het dan misgaan, dan kon hij meteen ingrijpen. Over een ontspannen kerst gesproken…

Dat moest dus anders toen ik zelf verantwoordelijk werd, samen met mijn wederhelft voor de kerstbomen in ons huis. Het ging alleen mis toen we dachten dat het een goed idee was om de kerstverlichting gewoon in de doos met de andere kerstspullen te stoppen. Het jaar daarna besloten we nieuwe kerstverlichting te kopen. De wirwar was weinig aantrekkelijk meer.

Ik kocht een set waarvan ik dacht dat die het wel goed zouden doen. Op de verpakking stonden tenslotte blije mensen. Ik snapte niet waarom, want nadat ik de stekker in het stopcontact stak werd ik niet blij. Standaard was deze set zo ontworpen dat deze ingesteld stond op de stand knipperen. De eerstvolgende stand was die van knipper nog sneller, die daarna stroboscoop en de derde was uiteindelijk de rustgevende stand waarbij alle lichtjes een voor een aan en uit gingen, alsof je naar een rustgevend beekje keek. Uiteindelijk was het de vierde stand die je moest inschakelen om de lampjes gewoon te laten branden.

Het jaar erop kochten we een nieuwe set kerstverlichting. Die was zo lang dat we met gemak onze kerstboom en die van de buren konden versieren. Gelukkig was die niet voorzien van rare knipperende standen. Pas daarna vonden we de kerstverlichting die echt perfect was. Deze was echt geschikt voor onze boom (we hadden een kunstkerstboom gekocht).

Drie keer raden waar we het volgende jaar achter kwamen, nadat we een nieuwe kunstkerstboom hadden gekocht? Het snoer van de kerstverlichting was te kort…


Afbeelding: Unsplash

Vergelijkbare berichten