Vanochtend werd ik gebeld door een telemarketeer. Dat zorgde ervoor dat ik moest denken aan een gesprek in 2015. Dat gesprek ging niet echt over verkoop. In gesprek met de recruiter ging het vooral over… een “vakantie.”

2015

Laten we even teruggaan naar 2015. Met mijn wederhelft had ik besloten dat ik mijn kansen op de arbeidsmarkt weer zou uitproberen. Ik had een kans aangegrepen, maar dat was geen succes. De werkgever in kwestie had er zelf – door allerlei bedrijfsmatige tegenslagen weinig – zin meer in, zo leek het. Ik keek dus uit naar een andere functie.

Het cv werd voorzien van een update. Daarna plaatste ik het op de bekende websites. Een aantal dagen erna werd ik gebeld door een recruiter. Het gesprek maakte indruk. Niet op de meest positieve manier.

In gesprek met de recruiter

De reden dat ik dit kan delen heeft er alles mee te maken dat ik na het gesprek een Word document opende en alles noteerde. Er is dus geen woord van gelogen. Ik begrijp dat je misschien denkt dat ik het leuker gemaakt heb. Dat is niet zo.

De recruiter belde op omdat in mijn cv stond dat ik ervaring had met virtualisatie. Denk dan aan Virtual Box en VMWare.

Voor het gemak en in het kader van privacy noem ik de recruiter maar even G. G. belde op namens een grote speler.’ Goed, dit zou wel eens iets serieus kunnen zijn. Ik besloot het gesprek niet direct af te kappen. Ondanks wat gerommel met een headset aan de andere kant van de lijn. Hierna het gesprek. Woord voor woord.

G: “Ik ben geïnteresseerd in uw cv Ik zie dat u bekend met virtualisatie.”
Ik: “Dat klopt. Ik ben bekend met VMWare en VirtualBox.”
G, hakkelend: “Wilt u er weer mee gaan werken?”
Ik: “Waarmee, VMWare of VirtualBox?”
G: “Ja, VMWare denk ik.”
Ik: “Dat denkt u.”
G: “Ja, dat denk ik wel.”

Buiten hoorde ik vogels fluiten. Het was niet helemaal duidelijk waarom het gesprek tot stilstand kwam. Gelukkig, het gesprek ging verder!

G: “Wanneer heeft u er voor het laatst mee gewerkt?”
Ik: “Momenteel gebruik ik voor mijn eigen bedrijf VirtualBox. In loondienst was dit voor het laatst in 2013.”
G: “Dus u heeft er twee jaar geleden voor het laatst mee gewerkt?”
Ik: “Nee, ik ben ZZP’er. IT’er en fotograaf. Ik maak nu gebruik van VirtualBox.”
G: “Ja, dat begrijp ik. Ik zie op uw cv dat er wel een gat zit tussen uw werkzaamheden in het ziekenhuis en nu. Kunt u dit verklaren?”
Ik: “Tijdens mijn burn-out koos ik ervoor om iets te doen dat afgeraden wordt; een grote beslissing nemen. Ik koos ervoor om mijn werkzaamheden te beëindigen en mij te richten op het gezinsleven. Daarnaast heb ik mijn activiteiten als ZZP’er geïntensiveerd.”
G: “Dus u heeft in die twee jaar eigenlijk niets gedaan. Bent u niet lang op vakantie geweest?”
Ik: “Ik heb vakanties genomen, maar niet langer dan normaal nee.”
G: “Kunt u anders uw cv aanpassen. Duidelijker vermelden. De ervaring met virtualisatie?”
Ik: “Dat kan ik doen.”
G: “Ja en dan nog even over die periode dat u niets deed…”
Ik: “Ik heb uitgelegd. Ik ben huisvader, maar ook ZZP’er….”
G, hakkelend: “Ja, dat begrijp ik. Maar kunt u niet zoiets neerzetten dat u met vakantie bent geweest?”
Ik: “Een vakantie van twee jaar?”
G, enthousiast: “Ja!”
Ik: “Nou, dat lijkt me niet helemaal eerlijk. Ik ben aan het werk. Vanochtend nog. Een website inrichten voor een klant van me. Met VirtualBox overigens.”
G, twijfelend: “Ja, maar toch…”
Ik: “Toch?”
G, wederom twijfelend: “Ik zit met die twee jaar. Iets erop vermelden…”
Ik: “Erop vermelden?”
G: “Op uw cv.”
Ik: “Dat staat er.”
G: “Ja, maar ik bedoel. Een vakantie staat misschien beter.”
Ik, me afvragend hoe iemand twee jaar met vakantie kan gaan: “Hoezo staat een vakantie van twee jaar beter?”
G: “Mensen doen dat, soms.”
Ik: “Ongetwijfeld. Ik niet. Ik heb twee kinderen en daarnaast, zoals ik al zei, ben ik ZZP’er. Het is niet dat ik twee jaar lang op de bank gezeten heb. Denkend over bijvoorbeeld vakanties.”
G: “Wat we kunnen doen. U past het cv aan, dan stuur ik het de wereld in.”
Ik: “De wereld.”
G: “Ja, u begrijpt het wel, uw cv bekend maken.”
Ik: “Waar heeft u mijn cv gevonden?”
G: “Monsterboard, geloof ik.”
Ik: “Ok.”
G: “Ja, die website, daar kijken niet veel mensen op.”
Ik: “Ik wel.”
G: “Ja, ik ook.”
G, gebruikmakend van de stilte: “Dus ik ga u nu mailen.”
Ik: “Mailen?”
G: “Ja, mijn contactgegevens.”
Ik: “Je kunt ze ook telefonisch doorgeven. Dat mag ook.”
G: “Dit is makkelijker.”
Ik: “Dat is uw mening. Maar goed, ik zie de e-mail graag verschijnen. Bedankt voor de interesse.”
G: “Ja, u ook bedankt.”

2022

Het is 2022. Dit alles vond plaats in september 2015. Na zeven jaar heb ik nog steeds die beloofde e-mail niet ontvangen.

Telemarketing

Terug naar 2022. Naar vandaag. De telemarketeer in kwestie was van mening dat het helemaal geen telemarketing was. Nee, ik moest juist blij zijn dat hij me wilde helpen. Waarmee? Nou, mijn Google rankings…

Goed onderzoek dus! Datzelfde kan gezegd worden over het onderzoek naar wat wel en niet mag. Al zeg je dat het echt geen telemarketing is, dat is het natuurlijk wel. Je wilt iets (ongevraagd) verkopen. Dan maakt het niet uit of het een fysiek product betreft of een (digitale) dienst.

Mocht je er meer over willen lezen, dan verwijs ik je graag naar de pagina van de overheid over dit onderwerp. Inderdaad, óók voor ZZP’ers!

Afbeelding bovenaan deze pagina: Unsplash.

In de tekst lees je dat ik meldde dat ik een website aan het inrichten was met VirtualBox. Dat is natuurlijk de webserver waar het om ging. Niet de website zelf..

Vergelijkbare berichten