Met weemoed terugdenken aan dingen uit het verleden is soms niet van toepassing op onze zomervakanties. Daarmee bedoel ik de zomervakanties die ik in Zwitserland doorbracht met mijn ouders en zussen. Natuurlijk, het waren mooie vakanties. Toch valt er wel wat op te merken. Best wel veel eigenlijk. Kortom, hoe wij vroeger kampeerden.

2018

Dit artikel verscheen voor het eerst op de website in 2018 (19/07/2018). Bijna vier jaar later besloot ik dit artikel te herschrijven. Waarom ik dit deed? Geen idee eigenlijk!

Vier jaar

Zwitserland leerde ik voor het eerst kennen toen ik vier jaar oud was. Al kan ik me daar weinig meer van herinneren. De eerste zomervakanties die ik doorbracht in Zwitserland waren ongetwijfeld erg mooi. Samen met de andere jaren waren het niet echt visitekaartjes voor iedereen die twijfelt om ooit te gaan kamperen. Mocht je toch nog twijfelen over kamperen, bedenk dan goed dat dit alles zich afspeelde in de jaren tachtig van de vorige eeuw en vooral laten zien hoe het niet ‘moet.’

De Esterel klapcaravan en een van de tenten van Carl Denig
De Esterel klapcaravan en een van de tenten van Carl Denig

Hoe wij vroeger kampeerden was verdacht eentonig te noemen. We vertrokken altijd op een vrijdagavond, we hadden een groot kampeermiddel (een Esterel opklapcaravan) en een tweetal tenten van Carl Denig.

Zwitserland

Nu moet je niet denken dat ik nooit met vakantie was geweest, voordat ik vier jaar oud was. Zo was ik met mijn moeder en oma naar Mallorca geweest en was ik op vakantie in eigen land geweest. Samen natuurlijk met mijn familie. Dat was dan in de herfstvakantie. In de zomervakantie bleef ik dan bij mijn oma en opa.

Binntal
Een van de plaatsen die we in de jaren tachtig regelmatig bezochten was de gemeente Binn in het Binntal. Deze foto is afkomstig van Wikipedia.

De reden dat ik de eerste drie jaar niet meegenomen werd had alles te maken met de manier waarop de vakantie in Zwitserland werd doorgebracht. De ene dag bergwandelingen maken, de andere dag op de camping.

Steffisburg

De reden waarom er altijd voor Zwitserland gekozen werd had alles te maken met de jeugd van mijn vader. Voor een deel speelde die zich af in het Zwitserse Steffisburg (gemeente Thun). Daar woonde hij bij een gastgezin. De reden hiervoor was dat de dokter had aangeraden dat mijn vader in de strijd tegen astma een deel van het jaar in Zwitserland zou gaan wonen.

Steffisburg
Steffisburg vanuit de lucht in 2010. De foto is afkomstig van Wikipedia.

Wandelen en muiterijen

Dat wandelen was nogal een dingetje. Mijn vader kon uren naar militaire stafkaarten kijken van een bepaald gebied om daarna resoluut te besluiten welke wandeltocht de dag erna gelopen zou worden. Nu waren die wandeltochten niet altijd afgestemd op het jeugdige reisgezelschap. Dit leverde hier en daar wat muiterij op. Vooral de dames in het gezelschap roerden zich met enige regelmaat.

Klein en groot…

Ineens maakte ik kennis met een wereld van bergen. Een gevoel van nog kleiner te zijn dan dat ik al was bekroop me soms. Logisch. De Alpen zijn nu eenmaal geen duinen, zoals ik gewend was (we woonden aan de kust).

Kabelbanen waren alleen toegestaan als het echt niet anders kon

In de kabelbaan (1980).

Inderdaad, kabelbanen waren alleen toegestaan als het echt niet anders kon. Bijvoorbeeld wanneer het erg lang zou duren om een bepaald punt te bereiken. Dat punt stond voor mijn vader gelijk aan het begin van de wandeling. Zelf was ik van mening dat die begon zodra we de camping verlieten.

Dat er zoiets bestond als tijden waarop de kabelbaan heen en weer ging was overigens wel bekend bij mijn vader, maar werd wel eens vergeten. Zo herinner ik me nog dat moment van enorme teleurstelling toen we de laatste kabelbaan net weg zouden gaan. Het maakte volgens mijn vader niet uit. Wanneer we door zouden lopen, dan zouden we binnen een uurtje wel beneden in het dal zijn. Dat het stijgingspercentage meer dan vijftien procent bedroeg, ach … een kniesoor die zich daarover druk maakte. De afdaling duurde ongeveer drie uur en ineens wist ik wat men bedoelde met spieren en vooral: met spierpijn.

Routine was belangrijk

Dagen van tevoren stond er op de parkeerplaats in de buurt van ons huis een Esterel klapcaravan. Dat was onderdeel van de routine. Een routine die op een bijna rituele wijze uitgevoerd werd. De caravan werd eerst schoongemaakt. Dat was na een vorige vakantie dan weer niet gedaan. Even vergeten, denk ik.

Een klapcaravan mag je overigens niet verwarren met een vouwwagen. Een vouwwagen heeft een bovenste deel dat gemaakt is van ‘zacht’ materiaal. Een klapcaravan dus niet. Dit soort caravans kom je heel af en toe nog tegen. Niet meer zoveel als vroeger. Sterker nog, ook in de tijd dat wij gebruik maakten van deze Esterel klapcaravan kwamen we deze niet zo vaak tegen. Alles aan deze caravan is recht, wat het net een blokkendoos maakt. Met deze blokkendoos togen we naar Zwitserland en dat was ook een en al routine.

Nadat de caravan voorzien was van al het noodzakelijke, inclusief aardappelen, Goudse kaas, hagelslag en speelgoed waarvan je eigenlijk wist dat je daarmee niet zou gaan spelen, konden de voorbereidende werkzaamheden beginnen.

Die werkzaamheden bestonden uit het minutenlang afstellen van spiegels, om vervolgens vast te stellen dat we het volgende jaar echt nieuwe nodig hadden. Dan volgde het inladen van de laatste spullen en konden we vertrekken. Over de reis later meer.

Instant maaltijden

Er brak een tijd aan waarop mijn moeder bedacht had dat de aardappelen best wel veel ruimte in zouden nemen. Vandaar dat ze koos voor instant maaltijden. Van die gemakkelijke zakjes poeder waar je alleen maar water aan toe hoefden te voegen. Mijn afkeer voor hutspot is vermoedelijk in die periode ontstaan.

Waar andere ouders hun kroost wisten te verrassen met een barbecue maaltijd, zaten wij heel degelijk aan een of andere stamppot. Of wat daarvoor door moest gaan. Terwijl de bergmarmotten van de daken vielen, aten wij degelijke Hollandse winterkost.

Wat niet werd meegenomen was de Nederlandse jam en chocolade. Logisch, want die waren daar toch echt beter!

Vergeten

Ieder jaar werd wel iets vergeten of werd gedacht dat we wat waren vergeten. Zo herinner ik mij nog een moment van totale paniek. Was het raam van de slaapkamer van mijn ouders dicht? Wie had het dichtgedaan? Niemand?! Echt helemaal niemand. We moesten terug. Gelukkig waren we niet ver, in de buurt van Arnhem. Ik had al verteld dat we aan de kust wonen. We hoefden gelukkig niet ver terug te rijden…

Dit alles kan een mogelijke verklaring zijn voor mijn obsessie om alles voor vertrek te controleren. Meestal een stuk of vijf keer. Om daarna alles wat ik eerder gecontroleerd heb nog even vijf keer te controleren. Inderdaad, reizen met mij is fijn!

Vertrek

Het moment van vertrek vond altijd plaats op een vrijdag. Gewoon nadat mijn vader de hele dag gewerkt had vertrokken wij. Tussenstops? Die werden alleen gemaakt voor het inrichten van het achtergedeelte van de auto en het tanken. We moesten tenslotte wel op tijd zijn voor de autotrein in Kandersteg. Dat was overigens het enige moment dat mijn vader enigszins probeerde te slapen. Hij was de enige met een rijbewijs en reed gewoon aan een stuk door. Nu zou je daar ernstige vraagtekens bij plaatsen. Toch was dit nog niet het raarste.

Kinderstoeltjes

Tegenwoordig worden we door verschillende overheden, instanties en organisaties gewaarschuwd om vooral gebruik te maken van de juiste kinderstoeltjes in de auto. Niet zonder reden. In de jaren tachtig was je als kind vogelvrij. Met andere woorden: overgeleverd aan wat jouw ouders verantwoordelijk vonden. In mijn geval was dat een aangepaste hoedenplank. De hoedenplank was vervangen door een houten plank met daarop een slaapzakje. De achterbank was neergeklapt en daar sliepen mijn twee zussen. Een noodstop en ik zou waarschijnlijk af zijn geschoten als een kanonskogel.

Reserveren

Eenmaal aangekomen op de camping kwamen we er soms achter dat reserveren wel een handig idee zou zijn. Maar gelukkig wisten mijn ouders dan nog wel een campinkje te vinden, ergens anders. Het was dichtbij, twee of drie uur rijden. Eenmaal aangekomen dan was het duidelijk wie alles moesten doen: mijn ouders. Wij waren dan al druk bezig met het verkennen van alles. In no-time werden een tweetal tenten en een caravan opgezet. De tenten waren voor mijn zussen, ik sliep zelf bij mijn ouders in de caravan.

Geen voortent

Mijn ouders waren geen fan van voortenten voor caravans. Dat was alleen maar lastig. Ook was mijn moeder geen fan van zichtbare bedden in de caravan, dus die werden iedere ochtend afgehaald. Dat was wel nodig ook, want soms regende het. Dan zat je gezellig met z’n allen in een te kleine caravan. Het werd helemaal dolle boel wanneer het mistig was, dan werd er gegrapt over waar we zaten. Misschien gewoon wel in Nederland. Er waren toch geen bergen te zien.

Naar huis

Wanneer wist je, dat het tijd was om naar huis te gaan? Wanneer je ouders vier of drie dagen van tevoren al – langzaam – bezig waren om alles op te ruimen. Heel langzaam. Of we dan nog wat leuks gingen doen? Oh jawel, er moest voor de hele familie chocolade gekocht worden. Ook volgde dan een bezoekje aan de gastouder waar mijn vader woonde, tijdens zijn jeugd. Dat bezoek volgde meestal aan het einde van de vakantie. Dat was het moment waarop je bedacht dat de tijd zo snel voorbij was gegaan.

Janken

Die reis terug naar huis had ook een vast ritueel. Dat was er een van het janken. Mijn twee zussen die op de achterbank aangaven niet naar huis te willen. Janken dus. Wanneer ze later groot zouden zijn, dan zouden ze zeker naar Zwitserland verhuizen. Wat ze daarmee precies bedoelden en wanneer dit dan zou moeten plaatsvinden is me tot de dag van vandaag niet duidelijk geworden. Ze wonen nog steeds in Nederland. Dan volgde een moment van chagrijnigheid van mijn oudste zus. Die wilde voortaan liever naar Frankrijk. Dat was veel beter voor haar talen. Mocht je het niet weten: in Zwitserland praten ze geen Nederlands. Wel Frans, Duits, Italiaans en Reto-Romaans…

Villa

Vanzelfsprekend werd de terugreis ook in een keer afgelegd. Zonder al te lange tussenstops. Bij thuiskomst werd je dan verrast door een sterk toename van het groen in de voor- en achtertuin. Ook nog door twee katten, die al dan niet vlooien hadden aangetrokken. Even waande je in een villa, zo groot leek het. Er volgde een hernieuwde kennismaking met speelgoed. Maar het fijnste van allemaal was een ding: het warme water!

Mijn ouders waren fan van de campings die zo basic mogelijk waren. In sommige gevallen hield dat dus in dat er geen warmwatervoorzieningen waren. Alleen fijn, ijskoud bergwater. IJskoud bergwater.

IJskoud…

Samen met mijn vader. Doen alsof ik natuurlijk heel goed in kaartlezen was…

Afbeelding bovenaan deze pagina: Wikimedia Commons.

Vergelijkbare berichten