Contact informatie

Rijnegommerstraat 28
2382XB Zoeterwoude
KVK: 5059616
BTW: NL002057857B55

Telefoon & e-mail

De herdenking van de 75-jarige bevrijding van Auschwitz ligt achter ons. We hebben de verhalen nogmaals kunnen horen en lezen van zij die het allemaal meegemaakt hebben. En nu, business as usual? Na de herdenking van de 75-jarige bevrijding van het concentratiekamp en de Internationale Herdenkingsdag voor de Holocaust wordt het 28 januari. Gaan we verder alsof er verder niets is?

We hebben uitvoerig stilgestaan bij de 75-jarige bevrijding van Auschwitz. Logisch, want het is een gebeurtenis die een gevoelig onderdeel toont van onze wereldgeschiedenis. Toch mogen we niet vergeten dat het slechts bij een dag blijft. Het herinneren aan de gebeurtenissen van weleer kan ervoor zorgen dat we anders gaan handelen, anders gaan nadenken.

Dat klinkt ook erg mooi, de gedachte dat we ook na 27 januari aandacht moeten blijven geven aan de gebeurtenissen die we kennen als de Holocaust. Alleen hoe leg je dit uit aan een generatie die dit allemaal niet mee gemaakt heeft? Of een generatie met ouders die misschien wel rond die tijd jong waren, maar opgroeiden in een ander land of zelfs een ander werelddeel? Ons land kent genoeg mensen die geen directe link hebben met de Tweede Wereldoorlog. Toch vinden we het allemaal belangrijk dat ook deze landgenoten kennisnemen van deze gebeurtenissen. Dat is logisch, want hoewel Auschwitz zich ver buiten onze landsgrenzen bevond, werden tal van landgenoten van destijds hiernaartoe gedeporteerd. Via Nederlandse kampen zoals Kamp Westerbork of Kamp Vught.

Nu raak ik alleen een gevoelig punt. De datum van 27 januari 1945 is niet alleen de dag waarop de bevrijding plaatsvond van Auschwitz. Het is sinds 2005 ook de Internationale Herdenkingsdag voor de Holocaust. Dit alles werd geïnitieerd door de Verenigde Naties. Natuurlijk, tijdens de oorlog zijn miljoenen Joden omgebracht. Vergeet alleen niet dat er bijvoorbeeld ook zo’n 27 miljoen Russen om het leven kwamen. Zoeken we het dichterbij, dus in Nederland, dan zijn er tussen de 225.000 en 280.000 mensen om het leven gekomen. Ter vergelijking: dit aantal is te vergelijken met het aantal inwoners van enkele Nederlandse steden. Denk aan Groningen, waar het inwoneraantal in 2019 230.817 bedroeg.  Of Eindhoven, waar in 2019 232.347 mensen woonachtig waren.

Stel je dus eens voor dat een stad als Groningen of Eindhoven helemaal leeg zou zijn. Dat er geen mensen meer zouden wonen. Dit alles door oorlogsgeweld, vervolging of door hongersnood.

Natuurlijk springt het aantal Joodse slachtoffers eruit met een totaal van 102.000. Voordat begonnen werd met de deportaties van Joden uit Nederland bedroeg het aantal Joden in Nederland 107.000.

Los van deze slachtoffers waren het burgers met een totaal van 20.500 die het einde van de oorlog nooit mee zouden maken. Dit aantal bestaat uit gevallenen tijdens het bombardement op Rotterdam (14 mei 1940) (900) en slachtoffers die vielen nadat de Geallieerden begonnen aan het offensief dat we nu kennen als Operation Market Garden. Tussen september 1944 en mei 1945 kwamen de meeste burgers om het leven. Dit aantal is exclusief de 22.000 burgers die tijdens de Hongerwinter kwamen te overlijden.

De lijst met cijfers en redenen waarom men omkwam is lang. Denk aan dwangarbeiders (30.000) en zij die omkwamen tijdens de bevrijding van Nederland (tussen de 50.000 en 56.000).

Inderdaad, de lijst wordt voor een groot deel gedomineerd door Joden. Nederland was hierin geen uitzondering. Wel was het een uitzondering dat tijdens de oorlog geen homoseksuelen gedeporteerd en vermoord zijn. Dat was anders in bijvoorbeeld Duitsland, daar werden tussen de 50.000 en 63.000 Duitse homoseksuelen vermoord.

Waarom herdenken we al deze mensen niet op 27 januari? Waarom herdenken we de Marokkaanse soldaten niet die in de begindagen van Mei in Nederland om kwamen? Ze waren onderdeel van het Franse leger. Ook zij hebben een bijdrage geleverd tijdens een poging om het Duitse oorlogsgeweld tot stiltand te brengen. Zonder succes, want de uitkomst weten we. Op 15 mei werd de capitulatie ondertekend. Nederland werd onderdeel van het Derde Rijk. Ook de uitkomst daarvan kennen we. De bevrijding volgde in de meidagen van 1945. Daags voor de viering van Bevrijdingsdag, herdenken we de doden die vielen tijdens en na 10 mei 1940. Daarmee herdenken we dus ook die slachtoffers.

In de aanloop naar 27 januari en op de dag zelf hebben we verhalen gehoord van Joden die terechtgekomen waren in Auschwitz. Ze kwamen ook op andere plaatsen terecht. Denk dan aan kampen als Bergen-Belsen, Mauthausen. Buchenwald en Neuengamme. Maar zij kwamen hier niet alleen terecht.

Auschwitz werd door de Duitsers opgezet als een kamp voor politieke tegenstanders en leden van het Poolse verzet. Een oude Poolse legerkazerne moest bet begin vormen van dit kamp. Wanneer we denken aan dit kamp, dan denken we – onbedoeld- aan Auschwitz II-Birkenau. Dit kamp verrees als tweede deel van het kamp in 1942. Hier werden op drie kilometer afstand van Auschwitz I, het Stammlager, op een gebied van ongeveer 175 hectare niet alleen Joden gevangengehouden en vermoord. Hier kwamen ook Roma en Sinti terecht, naast verschillende burgers uit de door Duitsland bezette gebieden. Aanvankelijk was dit kamp zelfs niet eens bedoeld voor zij die er later zouden sterven of gevangen zouden worden gehouden. De Duitsers hadden als doel om hier Russische krijgsgevangenen te herbergen. De crematoria en gaskamers bevonden zich hier, maar de middelen om mensen om te brengen waren al getest in Auschwitz I. Naarmate de moordmachine op gang kwam, werd Auschwitz II-Birkenau belangrijker.

We denken ook niet aan Auschwitz III-Monowitz. Een kamp dat eigenlijk diende als sub kamp, maar vanwege de omvang gezien beschouwd mag worden als een zelfstandige eenheid. Dit was geen vernietigingskamp, maar een werkkamp. Onder mensonterende omstandigheden moesten de gevangenen hier werken in de fabrieken van IG Farben en Krupp Stahl.

Toch denken we hier niet aan. We denken aan één Auschwitz. Een kamp waarvan al tijdens de oorlog bekend was dat hier iets gaande was. Niet alleen wisten mensen in Westerbork ook van het bestaan van dit kamp. De Geallieerden wisten ook van het bestaan van het kamp. Een belangrijke bron van informatie was de Poolse verzetsman Witold Pilecki. Hij is de enige geweest die zich op vrijwillige basis heeft laten gevangennemen in Auschwitz. Voordat hij wist te ontsnappen, zat hij er 945 dagen gevangen. Vanaf oktober 1940 verzond hij geheime berichten naar het Poolse Binnenlandse Leger, de Armia Krajowa. Vanaf 1941 waren de Geallieerden dus al op de hoogte van de verschrikkingen in Auschwitz. Maar hij was niet de enige die informatie over het kamp naar buiten bracht.

Rudolf Vrba en Alfréd Wetzler brachten in het Vrba-Wetzler-rapport in 1944 informatie over het kamp naar buiten. Dit document telde 32 pagina’s en beschreef wat er in het kamp gebeurde. Dit rapport werd wel serieus genomen, in tegenstelling tot de rapportage van Pilecki. De twee hadden de informatie uit eerste hand, want ze hadden in het kamp gevangen gezeten. Ze waren twee van de vijf Joden die het lukte om uit het kamp te ontsnappen.

Op 15 juni 1944 maakte de BBC melding van Auschwitz. De New York Times volgde enkele dagen later, op 20 juni. Je zou denken dat er meteen actie zou zijn ondernomen. Bijvoorbeeld door een bombardement. Dat is nooit gebeurd. Wel zijn er luchtopnames gemaakt, zij het een maand eerder dan het publiceren van delen van het rapport door de BBC en de New York Times (31 mei 1944). De Geallieerden hadden geen goed antwoord op dit alles. Er werd een halfslachtige poging ondernomen om de fabrieken die onderdeel vormden van Auschwitz te bombarderen. De kampen zelf bleven intact. Het zou tot aan november 1944 duren, voordat de Duitsers stopten met de systematische moord op de gevangen in Auschwitz. Wel werden Dodenmarsen georganiseerd en werden pogingen gedaan om de laatste gevangenen in het kamp om te brengen. Dit mislukte toen de Russische troepen het kamp steeds dichter naderde. Uiteindelijk werd het kamp bevrijd en bevonden zich hier nog naar schatting 7.500 gevangenen. Voor de Russen was het zaak om verder te gaan, om de Duitsers steeds verder terug te dringen in de richting van Berlijn.

Met de kennis van nu is het makkelijk een oordeel te vellen over het wel of niet aanvallen van Auschwitz. Zou het kamp door Amerikaanse bommenwerpers getroffen zijn, dan zou dit geleid hebben tot een groot aantal doden. Of dit er meer zouden zijn dan door toedoen van de Nazi’s zelf, is moeilijk te bepalen.

We doen het graag, dingen uit het verleden duiden of veroordelen op basis van wat we op dat moment weten. Dat is met Auschwitz niets anders. Het spreekt tot de verbeelding. De gebeurtenissen kunnen mensen kwaad maken. Het kan ook leiden tot iets anders.

Waarom zou je een dag als de 27ste besteden aan de Joden? De mensen in de door Israël bezette gebieden hebben er helemaal niets aan. Zij moeten dag in dag uit leven met een situatie waarbij ze na de oorlog hun land kwijtgeraakt zijn. Land dat al duizenden jaren toebehoorde aan Palestijnen en Arabieren. Waarom zou je het zielig vinden voor de Joden?

Wanneer een zoon wordt veroordeeld omwille van de daden van een ouder, dan vinden we dit niet goed. Heeft de vader iemand vermoord, dan veroordelen we de zoon toch niet? In dit geval is het omgekeerd. De hedendaagse generatie wordt als “een” gezien en dit heeft gevolgen voor de manier waarop herdacht wordt. Alsof we dan maar helemaal niet moeten herdenken.

In de vaderlandse geschiedenis zijn ook fouten gemaakt door gewone Nederlanders. Neem nu de collaborateurs tijdens de oorlog. Volgens een onderzoek uitgevoerd door het Nationaal Comité 4 en 5 mei uit 2006 werd geschat dat vijf procent van de Nederlandse bevolking mee gewerkt heeft met de Duitsers. Hoewel we graag anders willen denken, was het ook vijf procent van de bevolking die in verzet kwam tegen de bezetter. Het overige deel van de bevolking was geen collaborateur, maar keek wel de andere kant op of men steunde het verzet niet. Misschien was het lijfsbehoud, om gewoon door te gaan met business as usual.

Noem je deze cijfers, dan dringt een ander beeld op dan dat we voor ogen hebben. Ons kleine landje dat als een soort klein Gallisch dorpje zich bleef verzetten tegen de Duitsers. Het idee dat we misschien de andere kant opgekeken hebben, dat is moeilijk te bevatten. Wat heeft dit alleen te maken met de manier waarop we wel of niet zouden moeten herdenken? Simpel, negentig procent van de bevolking deed niets. Dat is een groot aantal. Moeten we ons zelf daarom veroordelen? Moeten we voortaan maar helemaal niet meer herdenken en belangrijker stelt dit anderen in staat om de huidige generaties te veroordelen? Dat lijkt me niet. Daarom mag je een gebeurtenis uit het verleden, de vervolging van Joden, niet koppelen aan een gebeurtenis uit het heden, de bezetting van de Palestijnse gebieden.

We willen ook niet dat de daden van een gevaarlijke gek of een groep van gevaarlijke fanatici ervoor zorgen dat we een gehele groep veroordelen. Wanneer er een aanslag gepleegd wordt, door wie dan ook, is het niet normaal om een groep te veroordelen. Of het nu gaat om een moord op een politicus, waarbij men partijen aan de linkerzijde van de politieke arena de schuld gaf of een aanslag met een bom, waarbij men de moslims de schuld gaf.

Na 27 januari is het business as usual, zo lijkt het. We hebben gedaan wat moest. Wereldleiders hebben zich uitgesproken, de laatste ooggetuigen hebben hun verhaal gedaan en het boekje wordt voor dit jaar weer afgesloten. Volgend jaar is het 76 jaar geleden. Dan wordt het allemaal vast minder belicht. Is dat juist? Gaat het alleen maar om de hele getallen? En is het op 28 of 29 januari klaar? Mogen we dan ons weer te buiten gaan aan de manier waarop we omgaan met sommige mensen? Waarop racistische woorden weer done zijn? Vergeet niet dat het ooit allemaal begon met woorden. Woorden hebben geleid tot daden en daden tot een gapende wond in onze wereldgeschiedenis. Een wond die niet alleen van invloed was op de Joden. Ook op alle andere slachtoffers van Auschwitz en de slachtoffers van de Nazi’s. Dat zouden we vooral moeten onthouden.

Dus nee, geen business as usual, alsjeblieft niet! Nooit niet!

Soms vind ik het moeilijk om bepaalde onderwerpen met mijn kinderen te bespreken. Dit heeft alles te maken met hun leeftijd. Mijn zoon heeft een leeftijd bereikt, waarop hij door heeft dat er in de wereld bepaalde zaken spelen die niet in orde zijn. Twee jaar geleden bijvoorbeeld wist hij het zeker: ene Donald Trump was een slechte man.

Soms stellen mijn kinderen zelf vragen. Op andere momenten vinden wij het als ouders tijd om bepaalde zaken te bespreken met hen. Ze weten dat er een Eerste- en Tweede Wereldoorlog is geweest. Mijn zoon kan alle codenamen van de Normandische stranden benoemen. Dit waren de namen die tijdens Operation Overlord gebruikt werden. De dag die hieraan gekoppeld is: 6 juni 1944. D-Day. Hij hoorde erover op school en las er boeken over.

Inmiddels weet hij in grote lijnen wat er gebeurde tijdens de Oorlog. Hij weet dat er een deel van de inwoners van Europa het niet overleefd heeft, vanwege hun religie, geaardheid, politieke voorkeur of omdat ze in verzet kwamen tegen de bezetting. Ook weet hij van de kampen die gebouwd werden voor het huisvesten van de mensen die niet meer gewenst waren door de Nazi’s. Sterker nog, hij heeft twee keer in zijn leven een dergelijk kamp bezocht. Een ervan zal hij zich niet meer kunnen herinneren; dat was Kamp Amersfoort. Hij was toen twee jaar oud. Het andere bezoek kan hij zich nog herinneren. In 2014 bezochten we Kamp Westerbork. Dit maakte een grote indruk.

Ik liet hem horen hoe de namen van 102.000 mensen voorgelezen werden in de aanloop en op 27 januari. Hij vroeg me waarom die namen voorgelezen werden. Ik vertelde dat men dit deed om ze te herdenken. Dat deze mensen door toedoen van de Nazi’s om het leven waren gebracht. De gruwelijke manieren waarop, die liet ik achterwege. Dat zijn dingen die ik nog niet wil delen. Misschien is dat een stukje egoïsme. Het moeten vertellen over wandaden aan kinderen is iets dat ik moeilijk vind.

Mijn dochter ontging het allemaal. Ze is acht, bijna negen, en heeft andere dingen aan haar hoofd. Wel beseft ze langzaam dat de wereld soms niet dat heerlijke sprookjesparadijs is waarin ze zich zo graag waant. Ook zij kan soms hardop de vraag stellen waarom mensen bepaalde dingen doen. En dat is niet eens zo’n rare vraag: Waarom doen mensen zo?

Samen praten we erover. Het begrijpelijk maken, zonder ze angst aan te jagen. Het besef zal later komen, net zoals dit voor mij kwam. Het besef tot welke verschrikkingen mensen in staat zijn geweest en soms nog steeds zijn. Mijn visie hierover is helder: deel het met iedereen. Deel het, maar maak het van tijd tot tijd ook begrijpelijk. Oftewel, als het om kinderen gaat: spreek een soort Sesamstraaltaal. Dat is hoe ik het aanpak. Of dit de juiste manier is, dat weet ik niet. Daarvoor heb ik niet gestudeerd…  

1reactie

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.